Nederland leerde een halve eeuw geleden een nieuwe sport kennen: kickboksen. De pioniers maakten van ons land een topland in de internationale vechtsport en schreven zo geschiedenis. Maar hun belangrijkste erfenis is misschien wel een heel andere: ze brachten honderdduizenden mensen van alle leeftijden en rangen en standen in beweging.
Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat er vechtsporthistorie werd geschreven. In 1975 bezochten drie Nederlandse karateka’s, Jan Plas, Peter van den Hemel en Jan van Looijen, Japan voor een trainingsstage. Ze kwamen er in aanraking met een voor hen onbekende sport, het kickboksen. Het was een Japanse variant van het Thaiboksen en sprak hen meteen aan.
Ze bezochten kickbokswedstrijden, raakten in gesprek met deelnemers en trainers en werden uitgenodigd om mee te trainen. Ze ondergingen in enkele weken tijd een stoomcursus en keerden terug met de ambitie om deze harde vechtsport naar Nederland te brengen. Eenmaal terug in hun eigen sportscholen begonnen zij in de nieuwe stijl te trainen. In Amsterdam groeiden Mejiro Gym van Jan Plas en Chakuriki van Thom Harinck uit tot topsportscentra die elkaar in een concurrentiestrijd naar steeds hoger niveau stuwden.

Toshio Fujiwara en Jan Plas trainen samen in Japan
Evenementen
Op 31 mei 1976 werd het eerste Nederlandse kickboksgala georganiseerd in de Jaap Edenhal in Amsterdam. Daarmee is het komend voorjaar dus ook vijftig jaar geleden dat een groter publiek kennismaakte met kickboksen. De sport nam sindsdien een vlucht in Nederland. Het aantal toernooien en gala’s nam toe. Er werd ook steeds vaker over de grens gestreden. In de jaren ’80 werden regelmatig internationale krachtmetingen georganiseerd. Naast ons eigen land waren vooral Japan, Frankrijk en de Verenigde Staten sterk vertegenwoordigd. Vechters als Rob Kaman en Luciën Carbin legden hier een fundament waarop latere generaties konden voortbouwen.

Doorbraak
Internationaal brak kickboksen echt door in het begin van de jaren negentig. De Japanse organisatie K-1 bracht de beste zwaargewichten van de wereld samen in een prestigieus toernooi met serieus prijzengeld. Het was ook de tijd waarin commerciële televisie zich steeds sterker manifesteerde. Met Eurosport was de eerste internationale Europese sportzender opgericht. Tot die tijd kon je vechtsporten alleen zien via geïmporteerde videobanden. Nu werd steeds vaker internationaal een miljoenenpubliek bereikt. Het podium van K-1 werd al snel gedomineerd door Nederland. Op de 18 Grand Prix-toernooien wapperde liefst 15 keer het rood-wit-blauw. Sem Schilt en Ernesto Hoost wonnen vier keer, Peter Aerts en Remy Bonjasky wonnen drie keer en tijdens de laatste editie ging Alistair Overeem er met de reusachtige trofee vandoor.

Rob Kaman en Ernesto Hoost in de ‘face-off’
Aanvaarding
Na het K-1-tijdperk namen andere organisaties het stokje over. De promotie It’s Showtime bracht de sport in Nederland naar een nieuwe fase met evenementen in onder meer de Amsterdam Arena. Later nam Glory het stokje over. Steeds bleef Nederland een dominante kracht in het internationale kickboksen, waarbij het recente tijdperk Rico Verhoeven het meest in het oog springt. Dit boegbeeld gaf de sport een nieuw gezicht. Zijn ambassadeurschap droeg in grote mate bij aan de maatschappelijke aanvaarding van de sport onder het brede publiek.

Koning Willem-Alexander en Rico Verhoeven
Budo
Dat brede publiek wist ook steeds vaker zelf de weg naar de vechtsportschool te vinden. Kickbokstraining kwam bekend te staan als zeer geschikt om de conditie op peil te brengen en te houden. Bovendien kende de sport een aspect waarmee het afweek van de traditioneel in Nederland populaire sporten als voetbal, hockey, schaatsen en tennis, namelijk expliciete aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling. Veel kickboksleraren zijn niet alleen bezig met iemand leren stoten, trappen en verdedigen, maar ook met de budo kernwaarden: discipline, respect en het verband tussen fysieke en mentale zelfverwezenlijking. In een tijd waarin zelfontplooiing meer aandacht krijgt dan ooit, maakt dat de vechtsport extra aantrekkelijk.

Trots
Kickboksen begon als uitdaging voor geoefende karateka’s die een tandje harder wilden vechten, maar is inmiddels uitgegroeid tot een ware volkssport. En dat is misschien nog wel de grootste verdienste van al die pioniers die zich de afgelopen vijf decennia inzetten voor het kickboksen. Dankzij al die sportschoolhouders, trainers, wedstrijdvechters, officials en promotors hebben honderdduizenden Nederlanders het plezier en de waarde van de vechtsport leren kennen. Mensen van alle rangen en standen, jong en oud, met alle denkbare culturele achtergronden, weten nu zelf de weg naar de honderden vechtsportscholen te vinden. Of ze kerngezond zijn en topsporter willen worden, als recreant een uurtje in de week aan hun conditie willen werken, of een beperking hebben en vooral zo gezond mogelijk willen blijven: voor iedereen is ruimte in kickboksland. Als er na vijftig jaar iets met trots gevierd kan worden, naast alle topsportsuccessen, dan is het dat wel.

