Congres vechtsporten en gemeenten: ‘Kijk elkaar in de ogen’

Geplaatst op 30 mei 2026
Facebook
WhatsApp
Twitter
LinkedIn

Zoek elkaar op, leer elkaar kennen, was het advies dat het vaakst klonk tijdens het congres ’50 Jaar Vechtsport & Gemeenten’ in de Jaap Edenhal. Woensdag 27 mei kwamen op initiatief van de VA de vechtsportwereld en de wereld van gemeenten bij elkaar om meer zicht te krijgen op elkaars werkelijkheid. Er was ruimte voor kritiek, maar overwegend werd gekeken naar de goede voorbeelden: wat werkt en hoe kunnen anderen daarvan leren?

Zo’n 120 mensen kwamen bijeen op historische grond. Deze week vijftig jaar geleden vond in de Jaap Edenhal in Amsterdam-Oost voor het eerst in Nederland een kickboksgala plaats. Hier werd bij de opening van het congres, ook door dagvoorzitter Wilson Boldewijn, uitgebreid bij stilgestaan. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren sprak over de geschiedenis van de vechtsport in Nederland, met speciale aandacht voor de relatie tussen de vechtsport en de lokale overheden. Hij schetste de ontwikkeling van totale afwijzing en het boksverbod uit begin 20e eeuw, tot dit vechtsportcongres met onder meer wethouders en burgemeesters die zelf ook graag kickboksen en zelfs wedstrijden vechten.

Pioniers geëerd
Daarna zette NVB-directeur Raimond Honig een aantal
pioniers in het zonnetje die het kickboksen naar Nederland brachten en de sport groot maakten: Jan van Looijen, Thom Harinck, Johan Vos, en Martin van Emmen en André Mannaart als sportief erfgenamen van Peter van den Hemel en Jan Plas, die helaas niet meer onder ons zijn. De grote verdiensten van deze eerste generatie werden uitgelicht, en de Amsterdamse wethouder Alexander Scholtes overhandigde bokalen die de NVB van deze gelegenheid had laten vervaardigen. De pioniers kregen vervolgens met een staande ovatie het respect dat zij verdiend hebben.


V.l.n.r. Martin van Emmen, Raimond Honig, Thom Harinck, Johan Vos, Jan van Looijen, André Mannaart

Maatschappelijke waarde vechtsport
Na deze feestelijke opening volgde een panel met Anneke van Zanen-Nieberg (voorzitter van NOC*NSF), André de Jeu (directeur van de Vereniging Sport & Gemeenten) en Peter van Veen (directeur Sport en Maatschappelijke Voorzieningen Gemeente Den Haag). Dit gesprek kwam al snel op de maatschappelijke waarde die vechtsporten kunnen hebben als ze goed worden georganiseerd. Ook kwam de vraag op wat gemeenten hierbij kunnen betekenen, ter ondersteuning van bijvoorbeeld sportondernemers. Veel gemeenten zijn gewend dat sporten om verenigingen draaien, maar inmiddels sporten meer mensen bij ondernemende sportaanbieders of met vrienden, en sluit de overheid daar wel voldoende bij aan, was een van de vragen. Het werd een dynamische sessie, mede omdat het publiek al snel betrokken raakte in het gesprek. Er werd kritisch maar constructief vanuit de eigen ervaring bijgedragen aan de discussies. Vanuit het praktijkvoorbeeld van de gemeente Den Haag, waar de vechtsportscholen zichzelf hebben georganiseerd om structureel te overleggen met de gemeenten, werd opgeroepen om elkaar meer op te zoeken, en niet alleen als er een probleem is. Kijk ook of je samen tot initiatieven te komen om mensen in beweging te krijgen en het sporten te promoten. 

Na dit eerst panel vonden in twee zalen twee verdiepende sessies plaats: een over vechtsportevenementen en gemeenten, en een over vechtsportscholen en gemeenten. 

Vechtsportevenementen en gemeenten
Veiligheidsdeskundige Wieresh Ghisya leidde deze sessie in met een uiteenzetting over de veiligheid bij evenementen. Hij sprak over het format veiligheidsplan dat de VA met promotors en gemeenten ontwikkelde. De rol en werkwijze van het auditteam werd uitgelicht, met bijzondere aandacht voor de veiligheidsaudits. Ghisya benadrukte het belang van maatwerk, en illustreerde zijn verhaal met praktijkvoorbeelden. Het panelgesprek dat hierop volgde met promotor John Kuipers, politieman Robin Holtrop en gemeenteambtenaar Niels Westerveld was een interessante verkenning van de ruimte tussen theorie en praktijk. Ook gemeenten willen graag maatwerk leveren als het gaat om vergunningen, maar al snel bleek dat promotors die evenementen willen organiseren vaak het idee hebben dat ze juist allemaal over een kam worden geschoren. Zodra het woord vechtsport valt, worden ze voor hun gevoel als risico gezien, ook als ze een klein toernooi voor kinderen willen organiseren. Is de vechtsport inmiddels niet zo goed georganiseerd dat versoepeling op z’n plaats is? Er bleek welwillendheid bij de vertegenwoordigers van gemeenten in de zaal, maar de vechtsportwereld moet zich bewust blijven van de situatie waar we vandaan komen. De strenge regels en de Vechtsportautoriteit zijn in het leven geroepen in reactie op evenementen die uit de hand liepen, met geweld buiten de ring, tot schietpartijen aan toe. Bovendien had de vechtsport te kampen met beïnvloeding vanuit de georganiseerde misdaad, die niet alleen manieren zocht om zwart geld wit te wassen, maar ook vechters rekruteerde voor zware criminaliteit, wat meer dan een handvol sporters het leven heeft gekost. Het sindsdien gewonnen vertrouwen heeft nog niet alle vooroordelen over de sport weggepoetst, daar zal ook de tijd overheen moeten gaan. Een ander punt dat vanuit de vechtsportwereld werd meegegeven is dat er bureaucratie kan worden voorkomen door vergunningsprocessen handiger in te richten. Als een promotor in drie verschillende gemeenten evenementen organiseert, moet hij dan echt drie keer dezelfde
BIBOB-procedure ondergaan, of kan dit worden voorkomen door betere uitwisseling van informatie tussen gemeenten? Dat zou zowel de sportondernemer als de gemeenten werk en dus kosten besparen. De Vechtsportautoriteit gaat kijken of het hierin een rol kan oppakken.

Vechtsportscholen en gemeenten
De sessie over de relatie tussen vechtsportscholen en gemeenten werd afgetrapt door Wouter Schols van het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij. Hij deed uit de doeken hoe de kwaliteitslabels van zijn organisatie en het Keurmerk Vechtsportautoriteit bijdragen aan de professionalisering van de vechtsport. Mike Soumokil van het auditteam van de VA schetste hoe zij met hun bezoeken aan de sportscholen bijdragen aan de ontwikkeling van de gyms. Samen met de eigenaren en trainers kijken zij of er verbeterpunten, en hoe ze die kunnen oppakken. De resultaten van de audits worden ook gedeeld met de gemeenten, omdat ze bijdragen een het vertrouwen van gemeenten dat de vechtsportondernemingen serieus werken aan het op peil houden van de kwaliteit en veiligheid. Het hierop volgende panelgesprek met sportschoolhouder Hanieh Kamran, sportwethouder Marc Merx en sportondernemer Remy Bonjasky ging onder meer over het belang van de persoonlijke relatie van de sportschoolhouder met de partners bij de gemeenten. Wethouder Merx uit Dordrecht, zelf ook vechtsportliefhebber en lid van de raad van toezicht van de VA, benadrukte het belang van elkaar in de ogen kijken, echt weten met wie je te maken hebt. Nodig de sportwethouder en gemeenteraadsleden uit in je gym, laat hen zien wat je doet en welke sfeer er hangt, gaf hij aan. Hanieh Kamran van de Tabonon-sportscholen in Zwolle en omgeving, vertelde dat ze dit had gedaan, maar dat het evengoed vaak een stroeve relatie is. Merx moest erkennen dat je natuurlijk wel een goede wethouder nodig hebt, die een goede inschatting kan maken, maar uit de inbreng vanuit de zaal bleek dat de kern overeind bleef. Het directe contact, het kopje koffie en elkaar in de ogen kijken, het is belangrijk om onnodig wantrouwen te voorkomen. Onbekend maakt onbemind, zo werd het samengevat. Remy Bonjasky zei dat er nog echt wel wat moet gebeuren om voordelen bij gemeenten weg te halen. Vooral dat evenementen voor kinderen, vergelijkbaar een judotoernooi of een potje voetbal, elke keer weer leidt tot een gesprek op het gemeentehuis en bij de politie, voelt stigmatiserend en niet passend bij de werkelijke risico’s van een jeugdgala op een sportschool die al jaren aan alle voorwaarden voldoet.

Parkinson boxing
Na de themasessies werd nogmaals aandacht besteed aan de maatschappelijke meerwaarde die vechtsporten kunnen hebben. Hans en Dini Louwersen werden in eigen omgeving geconfronteerd met de verschrikkelijke gevolgen van de ziekte van Parkinson. Deze hersenziekte, waarbij zenuwcellen afsterven, is niet te genezen. Toch is er iets tegen te doen: de ontwikkeling van de ziekte is af te remmen als patiënten sporten. In Amerika is hiervoor Parkinson boxing ontwikkeld. Boksen blijkt een zeer geschikte sport te zijn, omdat deelnemers verschillende taken in het hoofd en met het lichaam moeten combineren. Juist dat combineren van taken helpt bij het afremmen van de aftakeling. Bovendien kun je boksen goed trainen zonder dat je met andere sporters in aanraking komt, of een bal tegen het hoofd krijgt. Hans en Dini gingen in opleiding in de VS, en zetten in eigen land vervolgens een Nederlandse afdeling op. Hier hebben zij inmiddels tientallen andere sportschoolhouders opgeleid die nu zelf Parkinson boxing geven. De droom is dat iedereen die met Parkinson te maken heeft in de eigen gemeente terecht kan om te trainen. Ze riepen de andere aanwezige sportschoolhouders op om zich aan te melden, en gemeenten werden opgeroepen deze initiatieven actief te ondersteunen en te promoten.

Derk Alssema
Het slotwoord was deze dag voor Derk Alssema, de voorzitter van de raad van toezicht van de Vechtsportautoriteit. Hij is in het dagelijks leven burgemeester van de Brabantse gemeente Gilze en Rijen, maar ook enthousiast kickbokser en bokser. Hij vertelde dat hij zo’n drie à vier keer in de week traint, omdat dit hem fit en scherp houdt. Aanvankelijk had hij de bekende vooroordelen over kickboksen, dat het iets was voor ruige mensen waarin hij zich niet kon herkennen. Maar nadat een vriend hem toch een keer overhaalde, en hij zag dat die vooroordelen niet juist waren, raakte hij bevangen door de sport. Momenteel traint hij nog iets fanatieker dan normaal, omdat hij deze zomer voor het eerst zelf de ring in stapt voor een bokswedstrijd. Alssema kon het congres door twee brillen bekijken: die van de burgemeester en die van de vechtsportliefhebber. Hij concludeerde dat de boodschap voor beide groepen dezelfde was: zoek elkaar op, leer elkaar kennen. Investeer in de persoonlijke relatie. Dat voorkomt wantrouwen en versoepelt de processen als er een vergunning moet worden aangevraagd.

Het advies werd meteen ten harte genomen, want na deze afsluiter werd er nog een glas gedronken en kon men elkaar opzoeken voor een gesprek of het maken van afspraken voor nadere kennismaking.