Belangrijke wetswijziging: wat betekent de WBTR voor de vechtsport?

Geplaatst op: 13-04-2021

De nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) gaat gelden vanaf 1 juli 2021. Dit heeft gevolgen voor verenigingen en stichtingen. Ook voor sportbonden en sportscholen die deze rechtsvorm hebben. Zo wordt onder meer vastgelegd dat bij faillissement iedere bestuurder geheel aansprakelijk kan zijn in het geval van onbehoorlijk bestuur. Er is ook een wijziging in de statuten nodig.

Wat verandert er?

De wet gaat vooral over wat het bestuur doet, en over de aansprakelijkheid van bestuurders. Het doel is bescherming tegen onbehoorlijk bestuur. De nieuwe wet vereist dat de statuten worden aangepast. Als je de stappen hieronder doorloopt, dan voldoet je organisatie aan de verplichtingen.

Stap 1. Statutenwijziging

De wetswijziging betekent dat de statuten moeten aangepast. Er moet in staan wat er moet gebeuren als alle bestuurders wegvallen. Bijvoorbeeld omdat een deel ziek is en een deel opstapt. Wie mag er dan beslissingen nemen? Hiervoor kan bijvoorbeeld een ‘continuïteitscommissie’ worden ingesteld.

De volgende bepaling kan dan worden opgenomen in de statuten:

Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de continuïteitscommissie, of de door deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aanwezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.

Het staat bonden vrij de continuïteit op andere wijze te organiseren, zolang het maar binnen de kaders van de wet gebeurt. De uiteindelijke wijziging hoeft niet vóór 1 juli 2021 te worden doorgevoerd, maar wel bij de eerstvolgende statutenwijziging na deze datum. Aanpassing van de statuten wordt wel een vereiste van de VA voor het Convenant 2022. Deze moeten daarom 31 december 2021 aanhouden als uiterste datum voor de statutenwijziging.

Stap 2. Besturen volgens de (nieuwe) eisen van de wet

Aan de volgende nieuwe wettelijke bepalingen moet iedereen zich voortaan houden. Voor sportbonden geldt dat de VA in het Convenant 2022 zal opnemen dat zij ook deze passages hebben toegevoegd aan hun statuten:

Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vereniging. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp.

Bestuurders hebben altijd het recht om de algemene vergadering te adviseren over een besluit dat moet worden genomen. Ook als de bestuurders vervolgens zelf mogen meestemmen als lid.

Een bestuurder mag niet meer stemmen uitbrengen in een bestuursvergadering dan de andere bestuursleden tezamen.

Indien de voordracht voor een bestuursfunctie één kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, dan heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij het bindende karakter aan de voordracht wordt ontnomen.

Stap 3. Willen wij onze organisatie van het bestuur en het toezicht wijzigen?

Het is niet verplicht voor verenigingen of stichtingen om een raad van toezicht te hebben. Alleen voor grote organisaties is dit een serieus te overwegen optie. Als daartoe wordt besloten, dan zijn de regels hiervoor nu ook terug te vinden in de nieuwe wet.

Hetzelfde geldt voor het gaan maken van een onderscheid tussen toezichthoudende en uitvoerende bestuurders, de zogenaamde one-tier board. Dit onderscheid kon al worden gemaakt, maar heeft nu ook een wettelijke grondslag gekregen voor verenigingen en stichtingen. Dit kan relevant zijn voor de (beperking van) aansprakelijkheid voor bestuurders die op afstand van de dagelijkse praktijk besturen. Ook hiervoor geldt weer dat dit met name relevant is voor grote organisaties, zoals bonden waar een bestuur zich in de regel niet bezighoudt met de dagelijkse werkzaamheden.

Stap 4. Verdere maatregelen voor beperking risico van aansprakelijkheid bestuurders

Bij faillissement van een rechtspersoon is vanaf 1 juli iedere bestuurder tegenover de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort, als het faillissement gevolg is van onbehoorlijk bestuur.

Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat het onbehoorlijk bestuur niet aan hem te wijten is, en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Ook hierover moet een passage worden opgenomen in de statuten, bijvoorbeeld:

“Bij faillissement van een rechtspersoon is iedere bestuurder tegenover de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort, als het faillissement gevolg is van onbehoorlijk bestuur. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat het onbehoorlijk bestuur niet aan hem te wijten is, en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.”

Toelichting

In onderstaand filmpje wordt de achtergrond van de WBTR uitgelegd, en de belangrijkste wijzigingen. Ook wordt toegelicht welke wettelijke verplichtingen deze nieuwe wet met zich meebrengt. Let op: de vereisten van de VA voor het Convenant 2022 voor sportbonden kunnen afwijken van de genoemde wettelijke verplichtingen.

Versoepeling voor sportscholen als aantal ziekenhuisopnames blijft dalen

geplaatst op 12-05-2021

De sportscholen mogen binnen publiek ontvangen en volwassenen mogen buiten in groepen trainen als het aantal ziekenhuisopnames kom

‘Gemeenten willen ook weten welke sportschool kwaliteit biedt’

geplaatst op 11-05-2021

Magazine Sport & Gemeente besteedde uitgebreid aandacht aan het Keurmerk Vechtsportautoriteit.